Bounce rate, of bouncepercentage, is in Google Analytics 4 (GA4) het percentage sessies zonder engagement. Een bezoek telt als bounce wanneer iemand binnen 10 seconden vertrekt, geen belangrijke gebeurtenis activeert én geen tweede pagina of scherm bekijkt.
Een hoge bounce rate betekent niet automatisch dat je webshop slecht presteert. Je moet vooral kijken waar bezoekers bouncen, via welk kanaal ze binnenkomen en wat het doel van die pagina is.
Inhoudsopgave
1. Bounce rate in één oogopslag2. Wanneer telt een bezoek als bounce?3. De betekenis van bounce rate is veranderd4. Een bounce op je webshop zegt pas iets als je weet waar hij gebeurt5. Je bounce rate is de achterkant van je engagementpercentage6. Is een hoge bounce rate slecht?7. Wat is een goede bounce rate voor een webshop?8. Kijk nooit alleen naar bounce rate9. Van 62% naar 48% bounce: is je webshop verbeterd?10. Wanneer moet je een hoge bounce rate onderzoeken?11. Wat je uiteindelijk met bounce rate moet doen
Bounce rate in één oogopslag
De betekenis van bounce rate is makkelijker te begrijpen aan de hand van een paar voorbeelden.
Stel dat drie bezoekers via Google op dezelfde productpagina van een webshop terechtkomen.
| Gedrag bezoeker | Bounce? | Waarom? |
|---|---|---|
| Vertrekt na 6 seconden | Ja | Geen engagement |
| Blijft 25 seconden en vertrekt | Nee | Sessie duurt langer dan 10 seconden |
| Klikt na 5 seconden naar ander product | Nee | Bekijkt een tweede pagina |
| Activeert een belangrijke gebeurtenis | Nee | Er vindt een belangrijke gebeurtenis plaats |
| Vertrekt na 8 seconden zonder actie | Ja | Geen engagement |
Een bezoeker hoeft dus niet meerdere pagina’s te bekijken om geen bounce te zijn.
Iemand kan één productpagina bekijken, daar 30 seconden blijven en vervolgens de website verlaten. In GA4 is dit geen bounce, omdat de sessie langer dan 10 seconden duurde.

Wanneer telt een bezoek als bounce?
Om bounce rate goed te begrijpen, moet je eerst weten wanneer Google Analytics een sessie als betrokken ziet.
In GA4 is sprake van een sessie met engagement als aan minimaal één van deze voorwaarden wordt voldaan:
- de sessie duurt langer dan 10 seconden;
- er vindt een belangrijke gebeurtenis plaats;
- er zijn minimaal twee pagina- of schermweergaven.
Voldoet een sessie aan geen van deze voorwaarden? Dan telt deze mee als bounce.
Dat betekent bijvoorbeeld dat iemand acht seconden een product bekijkt en daarna vertrekt een bounce kan veroorzaken. Blijft dezelfde bezoeker twintig seconden op de productpagina, dan is dat volgens de standaardinstelling geen bounce.
De betekenis van bounce rate is veranderd
Hier ontstaat regelmatig verwarring.
Misschien heb je eerder geleerd dat een bounce een bezoeker is die één pagina bekijkt en daarna je website weer verlaat. Die uitleg komt uit de tijd van Universal Analytics en kom je nog steeds vaak tegen.
In GA4 werkt het anders.
Oude situatie
Bezoeker → één pagina → website verlaten → bounce
GA4
Bezoeker → geen sessie met engagement → bounce
Het verschil is belangrijk.
Een potentiële klant kan bijvoorbeeld vanuit Google rechtstreeks op een productpagina komen, 40 seconden de specificaties bekijken en daarna vertrekken zonder een tweede pagina te openen.
Volgens de oude uitleg zou je al snel denken aan een bounce. Volgens de huidige GA4-definitie is dat geen bounce, omdat de sessie langer dan 10 seconden duurde.

Een bounce op je webshop zegt pas iets als je weet waar hij gebeurt
Stel dat je webshop deze maand een bounce rate van 45% heeft.
Is dat goed of slecht?
Met alleen dat percentage kun je daar weinig zinnigs over zeggen. Je weet namelijk nog niet welke bezoekers bouncen en op welke pagina’s dat gebeurt.
Bij een webshop kunnen verschillende soorten pagina’s compleet ander gedrag veroorzaken.
Productpagina
Op een productpagina wil je meestal dat iemand het product onderzoekt en uiteindelijk verdergaat richting het winkelmandje.
Een opvallend hoge bounce rate kan hier bijvoorbeeld aanleiding zijn om te onderzoeken of:
- de prijs aansluit bij de verwachting;
- productinformatie duidelijk genoeg is;
- het product op voorraad is;
- verzendkosten zichtbaar zijn;
- de pagina snel genoeg laadt;
- bezoekers vanuit Google het juiste product vinden.
Maar ook hier geldt: een bezoeker die lang genoeg de productinformatie leest en daarna vertrekt, telt in GA4 niet automatisch als bounce.
Categoriepagina
Bij een categoriepagina verwacht je meestal dat bezoekers verder klikken.
Iemand zoekt bijvoorbeeld in Google naar:
zwarte bureaustoel
en komt terecht op een categorie met twintig zwarte bureaustoelen.
Je verwacht dan dat een deel van de bezoekers producten gaat bekijken, filters gebruikt of verder navigeert. Veel sessies zonder engagement op zo’n belangrijke categoriepagina kunnen daarom reden zijn om verder te kijken.
Blogartikel
Bij een informatief artikel ligt dat anders.
Iemand zoekt:
hoe hoog moet een bureau zijn
komt op je webshop terecht, leest 45 seconden het antwoord en vertrekt daarna.
De bezoeker heeft precies gevonden wat hij zocht.
Dat is geen slechte gebruikerservaring en in GA4 is het bovendien geen bounce als de sessie langer dan 10 seconden duurde.
Landingspagina van een advertentie
Hier wordt de combinatie tussen verkeersbron en landingspagina belangrijk.
Stel dat je adverteert met:
Nike Air Max 1 voor €129
maar iemand na de klik op een algemene pagina met honderden sneakers terechtkomt.
De kans bestaat dat de bezoeker direct afhaakt omdat de landingspagina niet aansluit bij de advertentie.
Een hoge bounce rate kan dan een aanwijzing zijn dat advertentie en landingspagina niet goed op elkaar aansluiten.

Je bounce rate is de achterkant van je engagementpercentage
Bouncepercentage en engagementpercentage zijn in GA4 direct aan elkaar gekoppeld.
Samen zijn ze altijd 100%.
| Engagementpercentage | Bouncepercentage |
|---|---|
| 80% | 20% |
| 70% | 30% |
| 60% | 40% |
| 50% | 50% |
| 40% | 60% |
Heeft je webshop bijvoorbeeld een engagementpercentage van 68%?
Dan is je bouncepercentage:
100% − 68% = 32%
Andersom geldt hetzelfde. Bij een bouncepercentage van 41% is het engagementpercentage 59%.
Wil je dit zelf uitrekenen met je eigen cijfers? In onze uitleg over bouncepercentage berekenen behandelen we de formule stap voor stap en kun je het percentage berekenen met de calculator.
Is een hoge bounce rate slecht?
Niet automatisch.
Dat is misschien wel het belangrijkste om te onthouden wanneer je bounce rate gebruikt om een webshop te beoordelen.
Een hoog percentage kan een signaal zijn dat bezoekers niet vinden wat ze verwachten. Het kan bijvoorbeeld wijzen op verkeerd verkeer, een slechte mobiele ervaring, een trage pagina of een aanbod dat niet aansluit.
Maar het percentage kan ook passen bij het doel van een pagina.
Neem opnieuw een informatief artikel. Iemand komt binnen, leest het antwoord en gaat daarna verder met zijn dag. Die bezoeker hoeft niet per se een tweede pagina te bekijken om waarde uit je website te hebben gehaald.
Daarom is deze vraag:
“Waarom is mijn bounce rate zo hoog?”
minder interessant dan:
“Welke bezoekers bouncen op welke pagina’s en waarom?”
Met die tweede vraag kun je daadwerkelijk gaan onderzoeken waar een probleem zit.
Wat is een goede bounce rate voor een webshop?
Er bestaat geen percentage dat voor iedere webshop en iedere pagina goed is.
Online kom je regelmatig algemene grenzen tegen waarbij een bepaald percentage als goed, gemiddeld of slecht wordt aangeduid. Zulke grenzen geven weinig context.
Een webshop met een bounce rate van 35% hoeft niet automatisch beter te presteren dan een webshop met 50%.
Zelfs binnen dezelfde webshop kan een percentage sterk verschillen tussen:
Homepage: 30%
Categoriepagina’s: 38%
Productpagina’s: 43%
Blogartikelen: 55%
Campagnelandingspagina: 27%
Die verschillen hoeven op zichzelf geen probleem te zijn.
Het wordt interessanter wanneer een vergelijkbare groep pagina’s plotseling verandert.
Stel dat je belangrijkste categoriepagina’s normaal rond 35% zitten en na een aanpassing stijgen naar 57%. Dan heb je een veel concreter signaal om te onderzoeken.
Vergelijk daarom liever vergelijkbare pagina’s en periodes binnen je eigen webshop dan dat je één algemene benchmark probeert te verslaan.
Kijk nooit alleen naar bounce rate
Bounce rate vertelt je iets over engagement, maar uiteindelijk wil een webshop meestal producten verkopen.
Combineer het percentage daarom met andere e-commerce KPI’s.
Denk bijvoorbeeld aan:
| Combineer bounce rate met | Wat vertelt dit? |
|---|---|
| Conversieratio | Welk deel van de bezoekers koopt? |
| Add-to-cart rate | Hoeveel bezoekers voegen een product toe? |
| Checkout rate | Hoeveel bezoekers bereiken de checkout? |
| Verkeersbron | Welke kanalen leveren betrokken bezoekers? |
| Engagementpercentage | Welk deel van de sessies heeft juist wél engagement? |
| Omzet | Leveren bezoekers uiteindelijk geld op? |
Vooral de combinatie met je conversieratio is interessant.
Een dalende bounce rate ziet er op het eerste gezicht positief uit. Maar als tegelijkertijd je conversieratio hard daalt, is het moeilijk om te zeggen dat je webshop daadwerkelijk beter presteert.
Van 62% naar 48% bounce: is je webshop verbeterd?
Stel dat een webshop in januari deze resultaten heeft:
| Januari | Resultaat |
|---|---|
| Bounce rate | 62% |
| Conversieratio | 2,4% |
Een maand later ziet het dashboard er zo uit:
| Februari | Resultaat |
|---|---|
| Bounce rate | 48% |
| Conversieratio | 1,7% |
De bounce rate is met 14 procentpunt gedaald.
Dat lijkt positief.
Maar tegelijkertijd is de conversieratio gedaald van 2,4% naar 1,7%. Als het aantal bezoekers gelijk is gebleven, levert de webshop daardoor juist minder bestellingen op.
Een lagere bounce rate is dus geen bedrijfsdoel op zichzelf.
Het uiteindelijke doel is niet bezoekers zo lang mogelijk op je webshop houden. Je wilt dat de juiste bezoekers vinden wat ze zoeken en uiteindelijk de gewenste actie uitvoeren.

Wanneer moet je een hoge bounce rate onderzoeken?
Je hoeft niet bij iedere stijging direct je webshop om te bouwen.
Kijk eerst of er een duidelijk patroon zichtbaar is.
Een verdere analyse is bijvoorbeeld interessant wanneer:
- belangrijke productpagina’s plotseling meer bounces krijgen;
- één productcategorie duidelijk afwijkt van vergelijkbare categorieën;
- mobiel veel slechter presteert dan desktop;
- bezoekers uit advertenties vaker bouncen dan organische bezoekers;
- het percentage sterk verandert na een aanpassing aan je webshop;
- bounce stijgt terwijl je conversieratio daalt;
- belangrijke commerciële landingspagina’s weinig engagement opleveren.
Segmenteren is hierbij belangrijk.
Een gemiddelde bounce rate van je volledige webshop kan problemen namelijk verbergen.
Stel dat desktop een bounce rate heeft van 25% en mobiel van 65%. Het gemiddelde vertelt je dan veel minder dan de uitsplitsing per apparaat.
Hetzelfde geldt voor verkeersbronnen.
Google Ads, organisch Google-verkeer, social media, e-mail en direct verkeer kunnen allemaal bezoekers met een andere intentie opleveren.
Heb je vastgesteld dat er daadwerkelijk een probleem is? Ga dan pas gericht onderzoeken hoe je de bounce rate kunt verlagen. Je weet dan tenminste welke pagina’s, bezoekers of verkeersbronnen aandacht nodig hebben.
Wat je uiteindelijk met bounce rate moet doen
Zie bounce rate vooral als een signaal en niet als rapportcijfer voor je webshop. Een percentage van 30% betekent niet automatisch dat alles goed gaat en 60% betekent niet automatisch dat je website slecht is.
Splits het cijfer uit naar paginatype, apparaat en verkeersbron en vergelijk het vervolgens met commerciële cijfers zoals conversieratio. Dan verandert bounce rate van een los percentage in informatie waarmee je daadwerkelijk kunt onderzoeken waar bezoekers afhaken en waar je webshop mogelijk beter kan.
