Je kunt zo acties in het ene programma gebruiken als trigger voor een actie in een ander programma.
▼
Dit is vooral handig als programma A en Mailchimp niet rechtstreeks met elkaar koppelen.
▼
Het betekent wel dat je een extra schakel toevoegt.
▼
Als een automatisering niet meer werkt, kan het probleem namelijk zitten bij:
▼
programma A → connector → Mailchimp
▼
Je hebt dus meer onderdelen om te controleren.
▼
Niet iedere Mailchimp-integratie werkt technisch hetzelfde.
▼
In de praktijk kun je drie routes tegenkomen.
▼
Dit is meestal de eenvoudigste situatie.
▼
Twee systemen hebben een bestaande koppeling.
▼
Bijvoorbeeld:
▼
Webshop ↔ Mailchimp
▼
Je geeft toestemming om de systemen met elkaar te verbinden en configureert daarna welke gegevens of functies je wilt gebruiken.
▼
Het voordeel is dat je geen extra platform tussen beide systemen nodig hebt.
▼
Er bestaat geen geschikte directe integratie, maar beide programma’s werken bijvoorbeeld met een automation-platform.
▼
Dan ontstaat:
▼
Programma A → connector → Mailchimp
▼
Het voordeel is flexibiliteit. Je kunt software verbinden waarvoor anders geen directe koppeling beschikbaar is.
▼
Het nadeel is dat je afhankelijk wordt van een extra systeem en mogelijk een extra abonnement.
▼
Voor maatwerk kun je de API van Mailchimp gebruiken.
▼
Een ontwikkelaar kan daarmee bijvoorbeeld een eigen applicatie laten communiceren met Mailchimp.
▼
Dit kan interessant zijn als je een eigen platform hebt of een datastroom nodig hebt waarvoor geen bestaande integratie beschikbaar is.
▼
De route wordt dan:
▼
Eigen software → Mailchimp API → Mailchimp
▼
Dit geeft meer vrijheid, maar vraagt ook technische kennis, ontwikkeling en onderhoud.
▼
Voor een eenvoudige nieuwsbriefinschrijving is maatwerk via de API meestal onnodig als er al een betrouwbare bestaande integratie beschikbaar is.
▼
Je hoeft een connector niet automatisch te gebruiken als er al een goede directe koppeling bestaat.
▼
Stel dat jouw webshop rechtstreeks met Mailchimp kan communiceren en precies de gegevens synchroniseert die je nodig hebt.
▼
Dan is:
▼
Webshop → Mailchimp
▼
meestal eenvoudiger dan:
▼
Webshop → Zapier → Mailchimp
▼
Een extra systeem betekent namelijk ook een extra plek waar iets fout kan gaan.
▼
Een connector wordt vooral interessant als:
▼
Kies dus de eenvoudigste route die je gewenste datastroom goed ondersteunt.
▼
Een knop met Connect betekent niet automatisch dat alles daarna goed staat.
▼
Controleer eerst de volgende punten.
▼
Dit verschil is belangrijk:
▼
CRM → Mailchimp
▼
is niet hetzelfde als:
▼
CRM ↔ Mailchimp
▼
Bij de eerste situatie gaan gegevens één kant op. Bij de tweede situatie kunnen beide systemen informatie uitwisselen.
▼
Controleer wat jouw integratie daadwerkelijk ondersteunt.
▼
Stel dat je een webshop koppelt.
▼
Worden alleen deze gegevens doorgestuurd?
▼
Naam + e-mailadres
▼
Of ook:
▼
bestellingen + producten + orderwaarde + winkelwagen + klantgedrag
▼
Dat verschil bepaalt wat je later met de gegevens kunt doen.
▼
Dit wordt ook wel field mapping genoemd.
▼
Je hebt bijvoorbeeld in systeem A:
▼
First name
▼
Dat moet gekoppeld worden aan het juiste veld in Mailchimp, bijvoorbeeld:
▼
FNAME
▼
Doe je dat verkeerd, dan kan informatie ontbreken of verkeerd terechtkomen.
▼
Sommige informatie moet vrijwel direct beschikbaar zijn.
▼
Bij een welkomstmail wil je bijvoorbeeld niet dat een nieuw contact pas twee dagen later wordt gesynchroniseerd.
▼
Controleer daarom of de koppeling realtime, periodiek of op een andere manier synchroniseert.
▼
Dit is een belangrijk punt.
▼
Dat een persoon in je CRM of webshop staat, betekent niet automatisch dat die persoon marketingmails mag ontvangen.
▼
Controleer daarom hoe toestemming en marketingstatus tussen de systemen worden verwerkt.
▼
Maak geen automatisering die simpelweg ieder nieuw contact als nieuwsbriefabonnee behandelt zonder rekening te houden met de geldende regels en de manier waarop toestemming is verzameld.
▼
Denk hier vóór het koppelen al over na.
▼
Mailchimp geeft aan dat bij het loskoppelen van een integratie de synchronisatie stopt. Gegevens die al naar je Audience zijn gesynchroniseerd, verdwijnen niet noodzakelijk automatisch.
▼
Bij e-commercekoppelingen kunnen gekoppelde automatiseringen bovendien worden beïnvloed of gepauzeerd.
▼
Controleer daarom wat er met bestaande data en automations gebeurt voordat je een belangrijke integratie verwijdert.
▼
Een integratie kan volgens het dashboard actief zijn en toch niet precies doen wat jij verwacht.
▼
Test daarom de volledige datastroom.
▼
Gebruik één duidelijk herkenbaar testcontact.
▼
Vul bijvoorbeeld zelf het formulier op je website in.
▼
Controleer daarna:
▼
1. Komt het contact in Mailchimp terecht?
▼
Zo nee, controleer eerst of de integratie actief is.
▼
2. Staat het contact in de juiste Audience?
▼
Een succesvolle synchronisatie naar de verkeerde plek lost weinig op.
▼
3. Zijn alle velden goed gevuld?
▼
Controleer naam, e-mailadres en eventuele aanvullende gegevens.
▼
4. Zijn tags of andere kenmerken goed toegevoegd?
▼
Als je daarop wilt segmenteren, moeten ze correct binnenkomen.
▼
5. Klopt de marketingstatus?
▼
Controleer of deze overeenkomt met wat tijdens de inschrijving is gebeurd.
▼
6. Start de juiste automation?
▼
Heb je ingesteld dat een nieuwe inschrijving een welkomstmail krijgt? Controleer dan of die actie daadwerkelijk wordt gestart.
▼
Bij een webshop voer je daarnaast een testbestelling uit.
▼
Controleer vervolgens of bijvoorbeeld:
▼
correct worden verwerkt, voor zover de gebruikte integratie deze gegevens ondersteunt.
▼
Ga niet meteen alles opnieuw installeren.
▼
Controleer de koppeling stap voor stap.
▼
Contact verschijnt niet
▼
Is de integratie actief?
▼
Ja
▼
Is de juiste Audience geselecteerd?
▼
Ja
▼
Klopt de field mapping?
▼
Ja
▼
Klopt de marketingstatus?
▼
Ja
▼
Controleer synchronisatie of foutmeldingen